Kampen Hoofdcursus


kaart

Ansichtkaart Kampen Hoofdcursus


Categorie: Overijssel > Kampen

Conditie: Gebruikt

Periode: Voor 1920


3,50

Verkoop door KaartGoes


Deze kaart is al verkocht

Jaak Henri Poortman schreef op 22-06-2026

Op donderdag 1 oktober 96 arriveerden we in het station van Kampen, een ontvangstcomité bestaande uit enige 2de jaars en een sergeant-major instructeur, stond ons op te wachten, om ons gezelschap naar de Hoofdcursus te leiden. Aan een transportmiddel, om onze barang te vervoeren was niet gedacht. Zodoende dienden wij samen onze geldbeugel boven te halen om samen te leggen en 3 stootkarren met hun respectievelijke kruiers te huren, om onze barang op de Koornmarkt te krijgen. Na een eindje wandelen, kwamen we op de Koornmarkt aan, niet erg indrukwekkend de gevel van het kloosterachtig aandoende gebouw van het H.C. vond ik. Wij gingen de 3 tredige stoep vóór de hoofdingang op en traden binnen, wat een nors kijkende sergeant die op post stond ongehinderd toeliet! En meteen, maakten we kennis met , enfin werden wij geestdriftig luid verwelkomd, door adjudant C.O. Wicherts, de beroemdste en beruchtste H.C. figuur traditiegetrouw, begon hij met ons op onze donder te geven!
“ Zomaar 5 minuten te laat…heertjes!” Volgens de H.C. klok, die precies was! “En 10 uur, is nog steeds 10 uur heertjes en geen seconde later…gesnopen allemaal, hebben jullie dat allemaal goed gesnopen …jaaaaaaa heertjes, goed gesnopen ?” Loeide hij met kracht en bovenal met maturiteit en overtuiging in zijn stem. Na onze algemene luide gebrulde instemming met niet minder dan minimale voldoening te hebben aanhoort, werden wij door dit nare heerschap, recht naar de eetzaal gedirigeerd, waar we verrassend schalks verwelkomd werden door de adjudant van de schoolcommandant, kapitein J.C.H.A. Quack die ook compagniecommandant van de H.C. was werd door de nurks Wicherts meteen op de hoogte gebracht, dat wij het gewaagd hadden, zomaar 5 minuten te laat, aan te verschijnen! Quack fronste kneep z’n ogen tot spleetjes en waarschuwde gelijk een goede maar strenge huisvader dat doet. “Dat speciaal wij, vers uit de Oost, ons dienden aan te aanpassen aan de factor tijd en aan orde en tucht!” ‘Wat een snoeshaan, precies in Indië was der geen tucht en waren d’r geen horloges!’ Dacht ik. Voor mij was het duidelijk, deze kapitein had nog nooit één voet in Indië gezet ! “Nu ja, ik weet dat in onze oost de zeden eenmaal wat losser, zelfs veel losser zijn…dan hier! Dus, waarschuw ik jullie meteen voor de mogelijke…toekomstige losse omgang met dames van …lichte zeden en van laag alooi. Ik,…wel, wij, dulden hier nog hoererij nog een losbandig gedrag van de cursianen. De eerste van jullie, die betrapt wordt op dat soort van onsmakelijk gedrag, dat niet door de zedelijke en morele beugel van de H.C. normen kan, gaat d’r uit…en dit heren is geen loze dreiging, niet zo adjudant?” Waarop de aangesprokene, een luide, blije instemmende grom liet horen. “Nu jullie ingelicht zijn, zal de adjudant jullie respectievelijke kamers toewijzen, die u delen hebt met nog anderen. Morgen verwachten wij druppelsgewijze de lichting van den lande, zijne 26 man sterk, die zal neerstrijken. Maar wij dulden geen streekgebonden clubjes, van kniezende Friezen, vrolijke Limburgers, nurkse Brabanders en ander streekgebonden gedoe ! Neen… hier wordt het vaderland, broederlijk gemengd. Hoe doen wij dat…? Wel hier worden jullie alfabetisch ten ruste gelegd, alfabetisch worden jullie op een bank geplaatst en alfabetisch zullen jullie de maaltijden aan tafel nuttigen, in de eetzaal! Alles gaat er hier keurig en alfabetisch aan toe en zo zal het steeds gaan gedurende de voorziene jaren van jullie verblijf ! Iedere 2de jaars die jullie tegen het lijf lopen, steekt mijlenver boven jullie uit! Natuurlijk, jullie zijn allemaal sergeant niet waar… maar hier zijn jullie leerlingen 1ste jaars en 2de jaars en jullie zijn de 1ste jaars, dus de 2de jaars staan boven jullie, logisch niet?” Vroeg Quack. We knikten als één man, ja wij waren kakelverse kuikens, dat werd ons duidelijk gemaakt. Zonder enig verpinken vervolgde Quack. “Dit geldt vooral de onderofficieren-instructeurs, waag het niet om hun gezag of de beslissing van een sergeant-instructeur in twijfel te trekken… dat komt jullie duur te staan! Mooi, mooi, zo dan, welkom in Kampen in naam van overste Wierts de schoolcommandant, die jullie spoedig zal toespreken en de nodige toelichting zal verstrekken. Vergeet niet dat jullie terug op de schoolbank zitten, wat mogelijk bij sommigen al weer een tijdje geleden is ! Ik ben er rotsvast van overtuigd, dat jullie uit Indië, het hier best naar de zin zullen hebben ondanks de strenge pedagogiek die aan het verblijf hier verbonden is en zal blijven!” Besloot Quack smalend, waarop hij ons prompt verliet.
In een recordtijd werden we letterlijk en figuurlijk door Wicherts, de eetzaal uit, richting de kamers geblaft! Ik kwam op kamer 4 terecht die in de H.V. analen al een reputatie had wegens “de rotzooi” die er volgens Wicherts vaak er vaak bedreven werd!
Mijn slapie, was een bomenlange grenadier Adriaan Jonkers uit ’s-Hertogenbosch, een Brabander dus een ‘skaw’ man 2de jaars en kamerverantwoordelijke ! Ad bleek sympathiek, tja althans voor een grenadier, die de specifiek aan dit keurkorps verbonden levensvisie en een bedenkelijke moraal op na houden. Ad nam zijn taak als ‘kamervader’ heel serieus op en bestookte ons ‘nieuwe biggen’ met wijze en onwijze raadgevingen, zo over het leven in het algemeen, op den H.C. Mij, bracht hij specifiek op de hoogte, dat hij snurkte, alleen als hij bezopen was “ Geef maar een forse douw, als hij jou belet te slapen, let op hij douwt hard terug!” Adviseerde hij kameraadschappelijk. Ad, ontdekte ik, sprak over zichzelf in de 3de persoon enkelvoud, dat was even wennen in den beginne. Verder vernam ik, dat hij net geen 2 meter was, zoals ik verkeerd geschat had, maar slechts 1,99 meter was en maat 47 van dienstkistjes had en geen 49 zoals ik weer verkeerd geschat had! Dat hij thuis in de ‘Moerasdraak’ een ‘droske’ had, dus verloofd was en zo gauw ie zijn ster had, ging hij huwen met de door hem uitverkorene. ’Vast en zeker met een reuzin, deju wat een wijf moet dat niet zijn, t’moet zoiets als hij zijn , dacht ik, alweer verkeerdelijk. Toen ik dat allemaal overtuigend genoeg en ‘skaw’ vond, belande ik in zijn gratie! Fier als een gieter, toonde hij mij enige kiekjes van zijn droske de genaamde Dientje Fieuws uit ’s Hertogen Bosch. “Das nou mijn droske!” Lichte hij toe. Tja, zo op het eerste kiekje was een schoon meiske, niks van! Hoewel…leek ze mij wat klein van postuur, zeker geen reuzin zoals in de reuzenommegang van Mechelen! Maar toen toonde Ad een kiekje, waar ze samen op prijkten! Laatst in juli genomen tijdens het regimentsfeest van het korps Grenadiers & Jagers in Den Haag. Gadverdorie, hij in paradetenue met de kolbak op z’n kop! Z’n droske, ochgot te got’ naast hem leek ze in het niets te verzinken, tot z’n oksels reikte ze! Dat stel, dat paar, was een kermisattractie! Een reus, een gigant, een enakszoon, met een vrouwke uit ‘Liliputtersland’ misschien 1,55 meter, goed nat! Ik heb een bovenmenselijke inspanning moeten doen, om niet in een lach uit te barsten. T’was of hij, afwachtend, waarschuwend in mijn nek ademend, mijn intentie opsnoof! Hij gromde, en niet al te vriendelijk, meende ik. Veiligheidshalve, barste ik meteen uit “Mooi meisje man, puik zeg, jawadde een echte Brabantse skoonheid, dat zie je der zo aan! Zijn der nog zo’n skone meiskes in ’s-Hertogenbosch, heeft ze ook een zus of een vriendin, daar wil ik best het adresje van!” Waarop ik hem snel zijn kiekjes teruggaf.
Ad fronste, zijn weelderige wenkbrauwen, precair zijn kiekjes opbergend in zijn portefeuille. “Das wel mijn droske…man, den oetlul die t ’waagt met z’n veile tengels, Dientje aan te raken, die slaat hij lam als krentenmik en z’n tengels is ie voorgoed kwijt, hij rukt ze der zo af !”Klonk het bezitterig. Ik, geloofde grenadier Fongers op zijn woord, er bestond geen enkele twijfel over, wat het wreedaardige lot van deze waaghals, zou zijn! De kamerdeur zwaaide wijdopen en een vrolijk stel 2de jaars verschenen in de deuropening. Dat bleken de presidenten, vergezeld v/d respectievelijke penningmeesters van de verschillende clubs die den H.C. rijk was die al de kamers aandeden om hun sociëteit te promoten. De hoofdsociëteit was ‘Minerva’ genoemd naar de Romeinse godin van wijsheid en vindingrijkheid der menselijke geest. Iedereen, diende er lid van te zijn! “Kost je maar een heitje aan lidgeld, dus geen gezeik joh, zelfs jij wordt aanvaard, Belg of niet!” Zei de penningmeester. Ik informeerde of er ook een boks club was, doch die was er niet, te weinig belangstelling zo bleek! Vanaf de eerste dag werd ik dus lid van de schietclub ‘Willem Tell’ en de scherm & gymnastiekvereniging ‘Mavros.’ Later op die avond, in de ruim van gerste en andere natten en sappen goed voorziene kantine, kwam er nog ‘Bucephalus’ de wielrijdersclub bij. K’heb nooit begrepen wat het legendarische ros van ‘Alexander de Grote’ te maken had met een ‘Fongers fiets. Trouwens deze zeer populaire club werd ‘De modeltrapper’ genoemd en had haast zoveel leden als ‘Minerva’. Enfin, kort samengevat ik bleef zeker niet achter in het verenigingsleven van de H.C, integendeel k ’nam zelfs veel teveel hooi, op mijn vork!.


Geef alstublieft een score aan dit verhaal en voer uw naam en e-mailadres in ter verificatie in verband met het tegen gaan van fraude. Uw persoonlijke gegevens zullen verder niet worden gebruikt of getoond.